Patrick McKeown ademexpert interview
arrow_drop_up arrow_drop_down

Patrick McKeown ademexpert interview

Oxygen Advantage(Zuurstofwinst), is een boek, een heel goed boek over de ademhaling. En het belang van goed ademenDaarom vond ik het geweldig om de schrijver ervan te kunnen spreken voor een interview. Hieronder de transcriptie en ook het interview als je het wil zien en horen in plaats van lezen.

Transcriptie
Patrick McKeown over ademhaling en het belang ervan

Heleen: Hallo, een zeer bijzondere interview gast, Patrick McKeown. Hij is een geweldig expert in zijn vakgebied, dus bedankt voor jouw tijd om deel te nemen aan dit interview. Je bent al voor vele jaren een ademhaling expert; wat is de reden waarom je hiervoor hebt gekozen, want terwijl je op de middelbare school zat dacht je waarschijnlijk niet dat je een ademhalingscoach wilde worden, of wel?

Patrick: Ademhaling is niet een beroep waarvoor je per se kiest. Soms stuurt het leven je in bepaalde richtingen op. Eén ding als het gaat om ademhaling is dat ik nooit zal zeggen dat ik alles erover weet, want het is zo’n groot onderwerp en hoe meer je werkt met ademhaling hoe meer je realiseert wat je allemaal niet weet. Het is eén van die geweldige dingen, maar ik kwam er twintig/tweeëntwintig jaar geleden per ongeluk achter. Ik haalde altijd adem via mijn mond en als je zo ademhaalt, heb je vaak de neiging om dat sneller te doen en ook meer oppervlakkig. Hierdoor zat ik meer in een vecht- of vluchtreactie, ik had daardoor meer stress en ik sliep slecht. Ik snurkte, stopte met ademhaling tijdens het slapen, ik werd vermoeid wakker, ik viel tijdens school in slaap en ik was altijd ontmoedigd. Ik wist toen ik op de basisschool zat dat ik slim was en mijn cijfers waren ook vaak eén van de hoogste van de klas. Alleen was ik op de middelbare school eén van de slechtste van de klas in plaats van eén van de beste. We beoordelen kinderen vaak op wat ze voor hun toetsen hebben gehaald en dat ik van de beste naar de slechtste van de klas ging had niks te maken met intelligentie, het kwam door slecht slapen. Mijn cijfers kwamen door uitputting en slechte concentratie en ik kan mij inbeelden dat er duizenden kinderen zijn die in dezelfde positie zitten.

H: Zoals hoe jij was.

P: Zoals hoe ik was. Op dat moment realiseer je het niet en de leerkrachten beschuldigen jou dat je onoplettend bent, dat je het niet aankan. Dat is natuurlijk heel frustrerend voor een kind, het doet niks goed voor je zelfvertrouwen. Ze vragen zich af “ben ik dom, want ik kan niks onthouden wat mijn klasgenoten wel hebben onthouden”. Ik las in 1988 een nieuwsartikel wat door een Russische dokter geschreven is en het gaf twee dingen aan: haal adem door je neus, in en uit, en haal licht adem; je moet nooit tijdens het rusten een aantoonbare ademhaling hebben. Toen ik dat las dacht ik bij mezelf dat ik dit niet ben, want ik haalde altijd adem door mijn mond tijdens slapen, tijdens rusten, tijdens lichaamsbeweging en je kon mijn ademhaling horen. Wanneer ik bij de ouders van vrienden at, dan zeiden de ouders vaak dat ik ademhaalde en at met mijn mond open. Dat is natuurlijk niet fijn; natuurlijk was ik aan het eten met mijn mond open, want ik had mijn mond nodig om tegelijk adem te halen en te eten. Al die kleine dingen blijven bij je. Dus ik nam dit mee in de praktijk, voor mijn eigen gezondheid, en het zorgde voor een enorm verschil. Rond die tijd gaven er erg weinig mensen les, of begrepen weinig, over neusademhaling. Niemand had het er echt over en dit was rond 2002. Ik ging van een economische en sociale wetenschappen achtergrond naar lesgeven in ademhaling. Het was iets waar ik me goed over voelde, dus ik denk dat het goede instinct was. Dit is het pad die ik moest volgen.

H: Ik werk nu rond achttien jaar met ademhaling en ik werd ongeveer meer dan tien jaar geleden meer bewust van mijn mondademhaling. Mijn zoon heeft astma en toen las ik en leerde ik er meer over. We leerden dat hij ook door zijn neus adem moet halen en het hielp heel erg. Ik associeer jou met neusademhaling en ik denk dat het voor mensen heel belangrijk is om te weten, want ik leer neusademhaling altijd aan hun en ik help zoveel mensen met die simpele tips. Kan je voor medische doctoren en de normale mensen uitleggen wat het belang en de effecten van neusademhaling zijn?

P: Ik heb even een anatomisch model hiervoor bij gepakt, want dat is de makkelijkste manier om het uit te leggen. Hier is een anatomisch model van het gezicht. Je zit de neus en de lippen. Als je hier naar de mond kijkt, als je via de mond ademhaalt is daar geen functie voor het ademhalen. Het lucht wat via de mond naar binnen gaat, gaat gelijk naar je keel, en er is geen functie bij de mond. Als je naar de neus kijkt, heb je kleine neusgaten hier die lucht versnellen. Het gaat hier in een groter ruimte, dus bepaalde materie worden hier afgegeven. Er stroomt veel bloed door de neus wat de lucht verwarmd en bevochtigd. Je hebt ook neus kooldioxide in de neusholte en paranasale sinussen. Neus kooldioxide gaat met de ademhaling mee naar de longen waar het de bloedstroming herverdeelt en neusademhaling herverdeelt de lucht door de longen. Neusademhaling vertraagd ademhaling en langzaam ademhalen helpt bij de zuurstof transfer van de longen in het bloed, maar met langzaam ademhalen heb je waarschijnlijk een normale volume van ademhaling. Kooldioxide in het bloed is dan normaal en kooldioxide is niet gewoon een afvalgas, maar het helpt bij het openen en rusten van bloedvaten. Bijvoorbeeld, mensen met slechte ademhalingspatronen hebben vaker koude handen, koude voeten, hersenmist. Ik denk dat het balans is; het realiseren van de impact die de neus heeft. De mond is niet voor de ademhaling, onze mond is helemaal niet gemaakt voor ademhalen. De mond voorziet niets als het gaat om ademhalen.

H: Het is een hele goede back-up.

P: Het is een back-up. Zelfs bij nood zouden onze voorouders alleen omschakelen naar ademhaling via de mond als het een ernstige noodsituatie is. Zelfs tijdens lichamelijke beweging ademde ze door hun neus en daarom staat ademen door de mond synoniem voor vechten of vluchten. Ik vraag vaak aan mijn studenten “kijk naar beneden naar je borstkas, haal adem via de mond en wanneer je door je mond ademhaalt, gebruik je de bovenste gedeelte van de longen of gebruik je een grote hoeveelheid van de longen?”. Bijna altijd is door de mond ademhalen hetzelfde als oppervlakkig ademhalen en wanneer we denken aan de menselijke longen in het geheel, is er dankzij de zwaartekracht de grootste concentratie van bloed in het onderste gedeelte van de longen. Als we het bovenste gedeelte van de longen ventileren, en de grootste concentratie van bloed in het onderste gedeelte zit, zal dat de gas transfer van de longen naar het bloed benadelen. Bijvoorbeeld in 1988 realiseerde onderzoekers dat als kaken van patiënten vast zaten, waardoor ze geforceerd werden om door de neus adem te halen, de CO2 in het bloed steeg met 10%; dat is de concentratie van zuurstof in het bloed zoals bepaald door de CO2 in de longen. Het is verbazingwekkend dat neusademhaling haast geen aandacht heeft gehad. Bijvoorbeeld, kinderen die door de mond ademhalen hebben onderontwikkelde kaken, tanden komen meer naar elkaar toe, smallere luchtwegen, slecht slapen, groter kans om speciaal onderwijs te moeten krijgen vanwege slecht slapen en ze hebben 1,8 keer zoveel kans dat ze slaap-gerelateerde ademhalingsstoornissen krijgen. Er is grotere kans op obstructief slaapapneu, de mond droogt uit, meer kans op gaten in de tanden, tandvleesontsteking. Er ontstaat uitdroging van de luchtwegen waardoor het ontstoken kan worden. Wanneer we het over astma hebben, dat komt misschien niet door de koolstofdioxide theorie wat uitlegt waarom mensen bronchoconstrictie krijgen, maar juist doordat je door de mond ademhaalt krijg je niet de filtratiemechanisme, je krijgt niet de opwarming, je krijgt niet de bevochtiging en je krijgt niet de bronchodilatatie van kooldioxide. Als je denkt aan Covid, kooldioxide is een antiviraal. Je kan beargumenteren dat door neusademhaling de infectie van Covid niet volledig voorkomen kan worden, maar het zal virusbelasting verminderen en hierdoor zou er genoeg tijd zijn zodat het immuunsysteem zich kan beschermen tegen een grote aanval. Dit was onlangs door onderzoekers uit Taiwan geschreven waar ze keken naar het belang van neusademhaling om de overbrenging van Covid te verminderen. We hadden het hier al rond begin maart al over en toch pakte niemand het echt op. Mensen hadden het over handenwassen, maar als je denkt aan een nabij iemand die Covid heeft; ze hebben vaak dan een probleem met ademhalen, ze voelen dat ze niet genoeg lucht via hun neus krijgen, daardoor gaan ze meer door hun mond ademhalen en met mondademhaling bestaat 42% van die ademhaling uit vocht. Iemand met Covid zal dan veel vocht verspreiden met hun ademhaling en mensen die bij hun zijn vergroten hun kans om geïnfecteerd te worden. Voor dit denk ik dat we terug naar de kern moeten.

H: Voor mij was het nieuw dat neusademhaling de kooldioxide ondersteund en ook dankzij jou realiseerde ik hoe belangrijk ademhalen via de neus is.

P: Ja, kooldioxide wat van de neus komt was in 1991 voor het eerst ontdekt door te kijken naar de uitademing, dus het is nog niet zo lang geleden ontdekt. Het is mogelijk dat de kooldioxide van de neus alleen helpt bij de longen en de luchtwegen. Het blijft een geweldig molecule en het speelt een gigantische rol als je kijkt naar de ademhalingsgezondheid. Het steriliseert de lucht wat binnenkomt, het herverdeelt het bloed in de longen, het helpt bij bronchodilatatie en het signaleert moleculen in de bovenste luchtwegen tijdens slapen. Het is een geweldig molecule.

H: Dankjewel, dat is echt geweldig. Ik heb nog heel veel vragen. Ik heb ook aan mijn deelnemers gevraagd wat voor vragen zij hadden en eén van hun vroeg waarom mensen gapen en dan niet alleen als ze moe zijn. Ik moest bijvoorbeeld als kind elke week naar de kerk en ik was altijd aan het gapen. Ik heb hier zelf veel over gelezen en geleerd, maar weet jij misschien meer over gapen?

P: Nee, ik denk namelijk dat we nog niet zoveel weten over waarom we eigenlijk gapen. Het lijkt wel meer voor te komen bij mensen die verstoorde ademhalingspatronen hebben. Dit is bijvoorbeeld bij mensen die net even iets sneller en oppervlakkig ademhalen. Die hebben meer de neiging om dat te doen, maar zij zuchten ook vaker. We proberen daar extra aandacht aan te besteden, omdat die twee punten vaker voorkomen bij een verstoorde ademhalingspatroon. Wanneer mensen met minder volume ademhalen gaan ze meer gapen en voelen ze zich slaperig, dus er is sneller kans om te gapen als je ademhalingspatroon verandert.

H: Ik gebruik connected breathing vrij vaak en ongeveer 20% van de mensen bij wie ik het oefen beginnen dan met gapen. Ze kunnen zich dan verontrust voelen. Wanneer ik, nadat ze ongeveer zes keer hebben gegaapt, zeg dat ze moeten stoppen met gapen en gewoon beginnen met ademhalen, dan doen ze dat. Ze kunnen ermee ophouden wanneer ze het echt willen.

P: Ik vraag me dan af of ze het onderdrukken of dat het echt komt door de mentaliteit dat het daardoor verandert. Het is interessant.

H: Het is zeker interessant. Wat denk je eigenlijk over de verschillende ademhaling theorieën en technieken? Er zijn zoveel en daar hou ik juist van, want elk techniek doet weer iets anders. In het begin had ik veel lessen over Buteyko, maar dat was zo strikt en het ging ook vaak tegen mijn eigen waarden in. Ik keek daarna juist veel naar connected breathing, omdat het zo anders aanvoelde. Maar wat denk jij dus over de verschillende ademhalingstechnieken die er nu gebruikt worden?

P: Ik denk dat we naar elke ademhalingsoefeningen moeten kijken en wat voor impact elk heeft op het lichaam. Als je kijkt naar het lichaam, dan zijn er vier dimensies waar naar gekeken kan worden als het gaat om de ademhaling. Als men kijkt naar die dimensies en ook naar de verschillende technieken, dan kunnen ze zien welke technieken voor welke dimensies behulpzaam zijn. Wanneer er op een biochemisch (de eerste dimensie) manier wordt gekeken, dan kan je kijken naar het verhogen van de kooldioxide in het bloed door middel van het verminderen van de volume in de ademhaling. De tweede dimensie gaat over biomechanica en wat voor impact ademhalingsoefeningen daarop hebben. Dit is dan met name gericht op het verbeteren van de omvang van de diafragma. Dat, als we ademhalen, de diafragma omlaag gaat en weer omhoog gaat naar de rustpositie wanneer er een uitademing is. De derde dimensie richt zich op de invloed die deze technieken hebben op het autonome zenuwstelsel. Bijvoorbeeld, het balans tussen het parasympatisch en sympathisch zenuwstelsels die de nervus vagus stimuleren. Dat samen met de werking van de baroreceptoren heeft een invloed op de variabiliteit van ons hartritme. De vierde dimensie richt zich dan op de hoeveelheid stress die het lichaam krijgt vanwege deze technieken. Hyperventilatie is bijvoorbeeld wat voor stress zorgt en met die technieken wordt er juist gekeken om de persoon uit die staat te halen. Ik denk altijd wanneer iemand mij een ademhalingstechniek geeft wat voor effect het heeft op de biochemie, biomechanica, nervus vagus of is het een stressor. Op die manier zie ik waar precies de focus is van zo’n ademhalingstechniek. Het kan vaak gebeuren dat we te veel richten op maar eén ding als het gaat om deze technieken en we moeten juist kijken met een breder perspectief. Zo kan je bijvoorbeeld een instructeur hebben die studenten de taak geven om diep adem te halen om de lucht diep in het lichaam te krijgen. Dit is een focus op de biomechanica, maar dit kan ervoor zorgen dat de student te veel lucht inademt waardoor er te veel kooldioxide weg gaat wat voor hypercapnie kan zorgen en dit leidt naar hyperventilatie. Mijn punt is dat de leerkracht zich te veel richt op eén van de dimensies waardoor de impact op andere dimensies over het hoofd wordt gezien. Daarom kijk ik altijd naar wat de impact is op de verschillende dimensies wanneer ik een techniek uitoefen.

H: Ik kijk er vanuit een yoga perspectief naar. Jij kijkt dus naar vier dimensies die met het lichaam te maken hebben. Met yoga kijk je naar het fysieke lichaam, emotionele lichaam en mentale lichaam, waarbij ook ons spirituele kant bij hoort. Je kan bijvoorbeeld de emotionele kant vergelijken met jouw derde dimensie, de stressor, zou jij ook zeggen dat je het zo kan bekijken?

P: Als ik bijvoorbeeld iemand begeleid die een angststoornis heeft, dan wil ik met diegene werken vanuit een biochemisch perspectief, omdat ik dan het bloedsomloop en zuurstof naar het brein kan verhogen. Ik kan dan ook het centraal zenuwstelsel kalmeren als er bijvoorbeeld onrust in het brein is. Daarnaast leer ik diegene ook ademhalingstechnieken die dan gericht zijn op het diafragma om dat te vergroten vanwege de connectie tussen het diafragma en het brein. Vervolgens leer ik hun om hun ademhaling te verlagen naar 5.5 tot 6 ademhalingen per minuut om de nervus vagus te stimuleren voor tegen de stress. Ik geef hun ook de taak om in de nacht langzamere ademhalingen te doen om zo hun te helpen om beter in slaap te komen. Tijdens het slapen moet diegene dan tape op de mond hebben zodat ze dieper slapen. Vanuit een emotionele perspectief ga ik door alle dimensies en dan ben ik vaak wat bang, want ik heb bij verschillende mensen met angststoornissen fouten gemaakt waarbij ik juist met een ademhalingsoefening hun een paniekaanval heb gegeven doordat ze al in een vecht-of-vluchtreactie zaten.

H: Dit heb ik zelf ook meegemaakt waarbij ik opeens niet meer op kon houden met ademhalen dat terwijl ik zoiets nooit eerder heb meegemaakt. Rond die tijd was ik ook aan het experimenteren met de Buteyko oefeningen en ik heb het waarschijnlijk te fanatiek gedaan. Ik heb van allerlei mensen uit verschillende landen zelfs e-mails gekregen die dit ook ervaarde. Het is echt iets waar we op moeten letten dat dit kan gebeuren, want dan moet je kijken naar wat misschien wel werkt.

P: Ja, daarom is het ook belangrijk om een grote variatie ademhalingsoefeningen te hebben zodat je telkens verschillende technieken uit kan kiezen en ook zo de sessies specifiek aanpassen op het individu. Mensen die naar ons komen met chronische-vermoeidheidssyndroom en fybromyalgie zullen heel anders zijn dan als een atleet bij ons komt. Daarnaast moeten we ook echt praten over de ademhaling van vrouwen, want dat is heel erg anders dan hoe mannen ademhalen. Vrouwen die namelijk onder de vijftig jaar zijn, die nog door hun maandelijkse cyclus gaan, hebben tussen dag 10 en 22 van de cyclus, tijdens de luteale fase, een toename van het hormoon progesteron, wat een ademhaling stimulans is. Dit zorgt ervoor dat vrouwen harder ademhalen. Als je harder ademhaalt, dan verhoog je de pijnperceptie. Vrouwen kunnen dan tijdens hyperventilatie meer pijn aanvoelen en door die hyperventilatie kunnen ze paniek, angst en vermoeidheid ervaren. Sommige vrouwen kunnen gediagnostiseerd worden met fibromyalgie tijdens verschillende momenten van hun maandelijkse cyclus, maar tijdens andere momenten zullen ze niet gediagnostiseerd worden met fibromyalgie. Als man keek ik pas vrij laat naar de ademhaling van vrouwen en dat terwijl ongeveer 50 procent van mijn studenten in ongeveer de afgelopen 30 jaar vrouwen waren. Alsnog dacht ik er niet eens aan en de meeste onderzoeken maken nog steeds geen onderscheid tussen mannen en vrouwen als het om ademhaling gaat. Als voorbeeld had ik gisteren een e-mail van een moeder, wiens zoon ademhalingstechnieken gebruikt als ondersteuning voor tijdens het sporten, en zij ervaart nachtelijk zweten. Ze begon met het afplakken van haar mond tijdens de nacht en haar nachtelijk zweten is nu stukken vermindert. Ik heb geen idee wat daar nu aan de hand is, maar ik vraag me af of ze snel en hard ademhaalt wanneer ze slaapt. Dat die ademhaling langzamer wordt doordat ze door haar neus nu ademhaalt waardoor ze een diepere slaap heeft en daardoor ook geen last heeft van nachtelijk zweten. We weten nog niet veel over de impact van pijn, vermoeidheid, angst, stemming en slaap op vrouwen boven de vijftig. Het is ook bizar dat als we kijken naar onderzoeken en de vrouw, dan wordt er niet eens gekeken naar de maandelijkse cyclus.

H: Veel wetenschappers zijn mannen. Als zij ook een maandelijkse cyclus hadden, dan was er zoveel meer onderzoek naar gedaan. Dat terwijl de vrouwen eigenlijk stil aan het lijden zijn wat heel apart is.

P: Ja, het slaat nergens op. Op dit moment ben ik een nieuw boek aan het schrijven. Het is een vrij groot boek en we hebben een hoofdstuk erin gedaan voor vrouwen, voor epilepsie, voor type 1 diabetes en voor de relatie tussen dysfunctioneel ademhalen en pijn in de onderrug. Er is al in 1905 informatie geschreven over vrouwen, dus dit is niet nieuw. Ik heb ook een hoofdstuk erin gedaan over kinderen en craniofaciale ontwikkeling gericht op mondademhaling versus neusademhaling. Geen van deze onderwerpen zijn nieuw en toch weten niet veel mensen hierover. Zelfs het Bohr effect, wat in 1904 ontdekt is. Dit gaat over dat de druk van de kooldioxide in het bloed een stimulus is voor de hemoglobine, wat een proteïne is wat zuurstof bij zich draagt in de rode bloedcellen. Dit zorgt ervoor dat zuurstof van de hemoglobine zich zal verspreiden naar de organen en dit komt dus onder andere door kooldioxide. Desondanks denken mensen weinig aan kooldioxide. Ze denken aan zuurstof en dat het daarom een goed idee is om meer lucht in te ademen zodat we meer zuurstof in de longen krijgen. Ten eerste verhoogt dat niet de saturatie van het bloed, maar hoe meer lucht we juist inademen verliezen we ook meer kooldioxide waardoor de zuurstof in het bloed niet gegeven wordt.

H: Hoe kijk je dan naar het onderzoek die was gericht op psychedelica en LSD waarbij ze erachter kwamen dat je ook dezelfde stoffen via ademhaling kan krijgen? Ik hou van dat gedeelte van de onderzoek, de natural high, dat is ook zo’n ander manier van kijken naar dingen en het is allemaal dankzij de ademhaling.

P: Ik weet zelf niet of ik precies begrijp wat er dan met het lichaam gebeurt of dat iemand het überhaupt echt begrijpt.

H: Nee, ik denk dat er echt te weinig onderzoek over is gedaan.

P: Zeker. Daarnaast is hyperventilatie heel natuurlijk tijdens seks. Wanneer mensen seks hebben is er een neiging op hyperventilatie en soms vraag ik me af wat daar gebeurt. Er is namelijk een reden voor hyperventilatie en in die situatie gebeurt daar iets. We moeten ook denken aan, hoe haal je na een hyperventilatie adem? Je hebt bijvoorbeeld voor 20 of 30 minuten hyperventilatie, prima. Ik ben dan bezorgd hoe je dan adem gaat halen wanneer de hyperventilatie voorbij is. Hoe haal je adem als je op straat loopt, hoe haal je adem wanneer je slaapt, hoe haal je adem tijdens lichaamsbeweging? Er is geen twijfel dat er een tijd en een plaats voor alles is.

H: In het begin had ik de techniek geleerd van dat je moet rusten na een hyperventilatie. Ik kende mensen die niet genoeg rust namen en dat is niet goed. Daarom doe ik altijd mijn best wanneer dit gebeurt bij eén van mijn deelnemers en dan richten we op de actieve ademhaling en de passieve ademhaling. Soms is het moeilijk voor mensen om dat te doen waarbij ik dan hun begeleid en daarna halen ze veel minder adem. Dit is dan echt geweldig, want mensen voelen zich zo ontspannen wat ze soms in jaren niet hebben gevoelt. Daarna hebben ze een echte connectie met de parasympatische gevoel. Ze voelen dan echt de ontspanning die ze zijn vergeten. En dan met de normale ademhaling moeten ze natuurlijk hun mond dichthouden.

P: Dit is misschien waarom dit ook werkt. Als je hyperventileert dan verlies je veel kooldioxide, en kooldioxide stimuleert om adem te halen, dus dan is de kooldioxide in het bloed laag. Het zal een tijd duren totdat de kooldioxide stijgt waardoor mensen na een hyperventilatie lichte, langzame en kalme ademhalingen hebben, maar er is een deel in ons brein wat onze ademhaling in de gaten houdt, in de locus caeruleus, die dan vervolgens signalen uitzendt naar de rest van het brein wanneer we rustig ademhalen. Het kan door de langzame ademhaling, wat na de hyperventilatie gebeurt, komen dat de persoon daardoor ervaart hoe het voelt om kalm te zijn.

H: Weet je eigenlijk waarom er meer mannen zijn die lesgeven in ademhaling? Ik ken namelijk zoveel mannen die goede leerkrachten zijn. Ik ken dan wel Judith Kravitz, die is van Transformational Breathing, zij heeft veel gedaan als het gaat om bewuste ademhalingstechnieken. Alleen is zij de enigste vrouw die ik ken die bekend is in de ademhaling wereld.

P: Ik weet het niet, maar je kan dezelfde vraag stellen als je kijkt naar de mensen die lesgeven in yoga. Daar zijn de lesgevers ook vaak mannen dat terwijl de meeste studenten in yogaklassen vrouwen zijn. Er zijn meer vrouwen die ademhalingsstoornissen hebben dan als je kijkt naar mannen en in sommige onderzoeken was het aantal zelfs twee keer zo groot. Ik heb zelfs gehoord dat er zelfs zeven keer zoveel vrouwen last hebben van ademhalingsstoornissen dan mannen. Ik denk dat het komt doordat mannen waarschijnlijk niet de dubbele taak hebben van het zorgen van de kinderen en betrokken zijn met de familie. Vaak zal de vrouw voor de familie zorgen waardoor de tijd van vrouwen verdeelt is tussen werk en familie terwijl de man eventueel meer tijd kan besteden aan werk. Dat kan misschien een deel van de reden zijn. Als vrouwen kinderen nemen dan zullen ze een loopbaanonderbreking moeten hebben. Misschien kunnen de waarden anders worden, want mannen gaan soms naar het extreem uiterste. We zijn dan zo erg gericht op iets dat we een tunnelvisie hebben in tegenstelling tot het kijken naar een balans tussen de verschillende onderdelen van het leven.

H: Ik denk dat we het zullen moeten zien. Daarnaast maakt het uiteindelijk ook niet echt uit.

P: Ja, het gaat puur om het lesgeven.

H: Dat is het zeker, dus we zullen zien hoe het in de loop van de tijd zal gaan. Is er nog iets anders wat je zou willen delen?

P: Ja, ik denk dat de diepte van ademhaling als onderwerp echt geweldig is en juist naar mate we telkens meer tegenkomen. Ik denk wel zeker dat mensen al een waardering hebben van wat we kunnen doen. Zelfs als we kijken naar hartritme variabiliteit en dan juist de synchronisatie tussen onze ademhaling en de tijd tussen onze hartslagen. Therapeuten weten dit jaren al; dat als je ademhaalt, wat tijdens het rusten meer door het sympathetisch zenuwstelsel wordt geregeld, is de hartslag sneller. Wanneer je uitademt, wat deels door het sympathetisch zenuwstelsel wordt geregeld, is de timing tussen hartslagen langer, omdat de hartslag langzamer is. Dus met onze inademing is ons hartslag sneller en bij onze uitademing tijdens rusten is ons hartslag langzamer. We kunnen dat beïnvloeden en dat is wat we nodig hebben. Dat is een goede meting van autonoom functioneren. We willen dat de timing tussen onze hartslagen willekeurig is, maar ook dat het in een ritme is. Het is heel lastig om stress in een menselijk lichaam klinisch te meten. Als je een stel hebt die gaan scheiden, dat is een grote stressor, en als er ook nog spanningen bij betrokken zijn is het zelfs nog erger. Je kan hier de impact van een scheiding meten door bij de individu de hartritme variabiliteit te meten. Dus hartritme variabiliteit kan stress bepalen en wat belangrijker is; hoe verbeter je hartritme variabiliteit? Je doet dat door langzamer adem te halen en dan om te realiseren dat alles met elkaar te maken heeft. Bijvoorbeeld wanneer mensen tijdens de nacht tape op hun mond doen, dan hebben ze een diepere slaap en hun hartritme variabiliteit stijgt in vergelijking met als ze hun mond open hebben. Dus als je in de ochtend wakker wordt met een droge mond, heb je meer kans dat je snurkt, meer kans op obstructieve slaapapneu, maar je krijgt niet die diepe slaap en ook niet op dat herstel. Als het slapen goed gaat, dan is automatisch ons stemming beter, ons focus is beter, ons energie is beter en dan zijn we vaak meer kalm. Wanneer we meer kalm zijn, is ons ademhaling meer kalm. Als we door de neus ademhalen, onze neus is meer verbonden met de grootte van de diafragma, dan ademen we makkelijk langzamer als we ademhalen terwijl de grootte van de diafragma beter is. Wanneer we langzamer ademhalen kunnen we de hartritme variabiliteit vergroten. Ik denk dat we moeten kijken naar ademhaling als een connectie tussen al die dimensies. En je kan ook afvragen, is er een manier om adem te halen tijdens Covid of bijvoorbeeld als je aan het klimmen bent? Er is zoveel te vragen. Als je kijkt naar de literatuur wat zich richt op individuen met posttraumatische stressstoornis, angststoornis, depressie, astma, COPD, prikkelbare darm, fibromyalgie, chronische vermoeidheid, hypertensie, hypotensie, diabetes, allemaal veel voorkomende aandoeningen die beïnvloedt kunnen worden door jouw ademhaling. Ik zeg niet dat dit alles geneest, maar als iemand met eén van deze aandoeningen onderzoekt doet of langzaam ademhalen invloed kan hebben op hun aandoening zullen ze dat niet zo snel vinden. Alle onderzoeken over ademhaling zijn niet gericht op de ademhaling, maar juist op de aandoening zelf. Als ik naar een aandoening kijk vraag ik me af of ik invloed kan hebben op die ene aandoening. Ik kijk dan of er onderzoek is gedaan naar bijvoorbeeld het verbeteren van de hartritme variabiliteit voor de aandoening en of het een verschil maakte als het verbeterd was. Als het een verschil uit maakte, dan weten we dat we die ene persoon kunnen helpen, want wij zouden de hartritme variabiliteit moeten kunnen verbeteren. Door de hartritme variabiliteit te verbeteren, wat te maken heeft met het functioneren van de nervus vagus, weten we dat we deze aandoening kunnen beïnvloeden. Het gebied hierin staat helemaal open voor de mensen die hierin werken. Er is in de laatste twee jaar veel meer aandacht gekomen voor ademhaling. Er is bijvoorbeeld in mei een nieuw boek uitgekomen over ademhaling. Ik heb zelf alleen de geprinte versie gekregen van de uitgevers. De naam van het boek is Breath, The New Science of a lost Art, door James Nestor en hij is een journalist in de Verenigde Staten. Het is echt geweldig gemaakt, omdat een journalist de verbindingen heeft ontdekt waar wij al twintig jaar over praten. Misschien willen mensen niet luisteren naar iemand die over ademhaling lesgeeft. Misschien ligt het aan iemand die niet betrokken is met ademhaling, want dit boek is al bestemd om een New York Times bestseller te worden. Hij kijkt ook naar de Wim Hof techniek, hij kijkt naar holotropisch ademhaling, hij kijkt naar neusademhaling en hij brengt ze samen. Dat is wat we nodig hebben. We hadden zoiets nodig, want ik denk dat we allemaal vast zaten in onze eigen visies. Daarnaast zijn er ook heel weinig mensen die actief in de buitenwereld bezig zijn. Ik ben trouwens zelf een introvert, ik ben geen extravert. Ik kan nu gerust praten, maar ik zal in een hoek schuilen als ik in een bijeenkomst van duizend mensen ben. Ik wil dan niet met mensen praten. Ik vind eén op eén gesprekken zoals dit leuk en ik denk dat de meeste mensen die geïnteresseerd zijn in de ademhaling ook zo zijn. De maatschappij erkent daardoor niet altijd wat wij doen, want wij zijn niet degene die de informatie verspreiden. Er zijn heel weinig uitzonderingen, Wim Hof naar mijn mening is de enigste individu die echt lukte om de informatie te verspreiden, vanwege zijn prestaties en ook hoe hij praat. Hij is dan de uitzondering in plaats van de norm en dit is ook waarom ademhaling geen aandacht krijgt. Het komt natuurlijk ook door financiën. Als ademhaling geld zou maken voor grote bedrijven, dan zou er heel veel onderzoeken zijn over ademhaling, maar het zal niet veel geld opleveren voor bedrijven. Het zou juist opbrengsten van grote bedrijven verminderen en vooral bij de farmaceutische industrie. Daarom zullen onderzoeken niet gebeuren of het zal heel langzaam gaan als het wel gebeurt. Ik denk dat er wel meer onderzoeken gedaan worden, maar het gebeurt waarschijnlijk niet op de tempo dat we willen.

H: Dat is ook met Wim Hof, ik was ongeveer 8 of 9 jaar geleden een student van hem, en hij was rond die tijd nog niet zo beroemd. Hij zei altijd dat hij dertig jaar lang leed en al die jaren zei hij hetzelfde, dat hij niks deed, maar hij moest wachten en blijven vechten. Hij vertelde dat hij ongeveer vijftien jaar geleden in New York wat onderzoeken had gedaan, maar elke keer zonder een duidelijke reden werd het een paar dagen van tevoren afgezegd. Het was heel apart, want het leek alsof de dokter wel interesse had, en diegene was waarschijnlijk ook geïnteresseerd, alleen was er plotseling geen geld voor en werd de dokter waarschijnlijk afgeraden om zo’n onderzoek te doen. Na al die jaren waren er plotseling wel onderzoeken.

P: Ja, het is geweldig. We zien dat bij astma verenigingen, ze vertegenwoordigen kinderen en volwassenen met astma, en ze praten nooit over neusademhaling, ze praten nooit over slecht slapen.

H: Helemaal niks. Dat is echt verschrikkelijk.

P: Zeker, dus er zijn echt gevestigde belangen hier, maar daar komt dan de kracht van internet en boeken van toepassing. Iemand hoeft maar tien tot vijftien euro voor een boek te betalen. Daarom begon ik in 2003 te schrijven, want ik wilde niet dat de informatie alleen in mijn hoofd zou zitten. De beste manier om de informatie te verspreiden is om het in een boek te schrijven en dat mensen die boeken gaan lezen om het vervolgens zelf ook uit te proberen. Als ze bijvoorbeeld een volle neus hebben dat ze het dan kunnen ontlasten door hun adem in te houden, ze kunnen in de nacht tape op hun mond doen om te zien of ze een verschil voelen wanneer ze in de ochtend opstaan, als ze met hun mond dicht gaan rennen. Ja, in het begin is het wat moeilijker, maar hoe meer ze met hun mond dicht oefenen hoe beter hun herstel is. Ook hun oxygenatie, minder trauma voor de luchtwegen en betere functionele beweging. Ik denk dat het echt draait om dat mensen het gaan uitoefenen. Als het gaat om literatuur toonde een recensie van Cochrane in 2013 aan dat 9.5 procent van de populatie last heeft van disfunctionele ademhalingspatronen, 10 procent van de volwassenen populatie. Dat is best veel als je rekening houdt met dat Ierland een populatie heeft van viereneenhalf tot vijf miljoen mensen. Dan heb je het over 500,000 mensen in een klein land. Als het gaat om astma is het zelfs 30 procent. Ik denk dat het zelfs hoger is, maar de literatuur geeft aan dat 30 procent van de mensen met astma disfunctionele ademhaling heeft. Als het gaat om mensen met angststoornissen heeft 80 procent van deze mensen disfunctionele ademhaling. Wat dit betekend is dat de mensen met angst- en paniekstoornissen van disfunctionele ademhaling last hebben vanwege hyperventilatie. Het enigste wat ze doen is iets sneller en oppervlakkig ademhalen. Je kunt je voorstellen hoeveel mensen met angst- en paniekstoornissen naar hun psychotherapeut gaan, ze gaan naar hun psycholoog, ze gaan naar hun psychiater en ze besteden dan weinig aandacht aan het verbeteren van ademhalingspatronen en heel weinig aandacht gaat naar hun slaap. Ik kan me herinneren toen een vrouw bij mij kwam, en ik gebruik dit heel vaak als voorbeeld. Ze was rond de dertig en had ongeveer een decennia last van depressie en ik vroeg hoe ze zich voelde wanneer ze in de ochtend opstaat. Ze zei dat ze volledig uitgeput wakker wordt en ik vroeg of haar dokter wel eens naar haar slaap keek. Of haar dokter ooit heeft gevraagd hoe diep haar slaap is, hoe goed haar slaap is, of ze ooit een slaapstudie heeft gedaan en ze zei nee. Ik denk dat het komt, omdat haar dokter ervan uitging dat ze zich uitgeput voelde vanwege haar depressie. Misschien moeten we die manier van denken veranderen. Misschien is het de vermoeidheid wat voor depressie zorgt. Als je namelijk uitgeput voelt van een lage kwaliteit van slapen, dan voel je je meer ongerust, omdat je dagelijks niet goed kan functioneren. Als je langdurige ongerustheid hebt, weken of zelfs maanden lang, kan het bijdragen aan depressie. Soms moeten we onszelf afvragen wat precies wat veroorzaakt, want er is vaak een terugkoppeling. De persoon die stress krijgt, ze ademen harder, ze ademen sneller, ze ademen oppervlakkig en dit zorgt weer voor meer stress. Daarom is het menselijk lichaam zo intelligent, maar ook weer zo complex. We moeten het menselijk lichaam begrijpen op een manier dat alles met elkaar verbonden is. Dat het niet verdeelt is in gescheiden componenten. Je gaat naar je KNO-arts en hij of zij kijkt naar je neus en keel, daarna ga je naar je longarts en hij of zij kijkt naar je longen terwijl sinds 2007 al gezegd werd dat er maar eén luchtweg is. Als je namelijk astma hebt, dan gaat de ontsteking van de longen naar de neus, waardoor je grotere kans hebt op problemen in de neus en daar is een grote kans dat die problemen naar de longen gaan. Door de mond ademen wordt vaak geassocieerd met slaap problemen, vanwege obstructie in de neus, maar door de mond ademen zorgt voor oppervlakkig ademhalen wat voor minder volume in de longen zorgt. Dit kan er ook weer voor zorgen dat de keel meer in kan storten. Dus er is hier zo’n grote verbondenheid en ik denk dat dit echt onderzocht moet worden.

H: Vast en zeker. We hebben in ieder geval tijd; het is net pas aan het opstarten. Ik heb nog een vraag voordat ik het vergeet. Terwijl je dan je neus vast moet houden bij een oefening, waarom moeten we dan knikken?

P: Het knikken is gewoon een afleiding. Ik denk niet dat de bloedstroming hierdoor stijgt.

H: Je kan dus gewoon stilzitten?

P: Ja, maar het is wel makkelijker om je adem in te houden als je dat met wat beweging doet, want de beweging leidt je af en het zal ook meer kooldioxide aanmaken. Je kan je dan afvragen hoe de oefening precies werkt, maar dat weten we niet. Je weet in ieder geval dat het werkt. Ik heb ongeveer 8,000 mensen eén op eén voor mij gehad en ik heb hun allemaal die ene oefening laten doen ook al zat hun neus daarna nog steeds wat vol. Zelfs een uur geleden had ik een man met neuspoliepen, wat een zwelling in de neus is en wat vaak verholpen wordt door het weg te laten halen door middel van een operatie, en ik ging hem helpen ook al zei ik dat ik niet zeker wist of ik hem wel kon helpen. Ik vroeg aan hem om via de neus eerst in te ademen en dan uit te ademen, daarna moest hij knijpen in zijn neus en ik vroeg of hij op de plaats kon joggen. Nadat hij dat deed liet hij zijn neus weer los en wanneer hij weer door zijn neus adem haalde was zijn neus weer wat meer open.

H: Hoe lang blijft het dan open?

P: Dat is het dus, het blijft maar voor een korte tijd open, maar ik vertelde hem ook dat als je telkens door je neus ademhaalt zal je neus ook beter werken. Het zal telkens beter en beter worden. Hij had dus neuspoliepen, dus hij voelt dat neusademhaling moeizaam gaat waardoor zijn mond open blijft. Hij slaapt met zijn mond open en zijn neus wordt telkens slechter, omdat hij zijn neus niet gebruikt. Soms moeten we zeggen dat je je neus moet gebruiken als je wil dat je neus beter wordt. Zelfs als je voelt dat je niet genoeg lucht binnen krijgt. Het zal in het begin wat ongemakkelijk aanvoelen. Het gaat ook niet over dat je de lucht in en uit je lichaam duwt. Het gaat erom dat je het voorzichtig doet, maar vooral dat je het regelmatig doet. Het is een echte training.

H: Ik denk dat ik wel voor uren door kan blijven gaan, maar dat zullen we maar niet doen. Ik wil je heel erg bedanken voor je tijd, Patrick. Het is geweldig en ik hoop voor de kijkers dat jullie wat hebben geleerd, ik zeker. Misschien zie ik je binnenkort en jij ook Patrick, dankjewel.

P: Heel erg bedankt Helee

Over de schrijver
Heleen Ytsma is NLP Master, Ademcoach, Wim Hof Methode Instructeur, Yogadocent. Ik werk het liefst samen met mensen die meer willen weten over de (samen)werking van lichaam en geest, open staan voor andere vormen van ontspanning en zich willen verdiepen in technieken voor ademhaling en meditatie.
Reactie plaatsen

COOKIES