Page content

Coen van Veenendaal geïnterviewd door Heleen Oude Weernink

article content

Coen van Veenendaal geïnterviewd door Heleen Oude Weernink

Van Held naar paria.

Coen van Veenendaal is de oprichter van Alpes d’HuZes (2005).
Iets wat hij is begonnen als uitdaging voor hemzelf en een aantal vrienden.
Het werd een een steeds bekender evenement en er weer steeds meer geld binnengehaald voor het goede doel, voor onderzoek.
Onderzoek naar een manier om kanker te genezen.

Maar in 2013 wordt Coen neergesabeld vanwege een rumoer, een gerucht, wat door het NRC verspreid was en in een keer was hij een paria, een graaier. En werd hij bestempeld als outcast, als afgeschreven. Een zeer heftige periode in zijn leven, van held naar paria.
Ik heb gevraagd of ik hem mocht interviewen.
Ik heb hem juist leren kennen als een onvoorstelbare gever, iemand die meteen wilde helpen toen ik er om vroeg, zonder er iets voor terug te willen.

En gelukkig zei hij JA!

Hoe hij met die tegenslag om is gegaan, vertelt hij in onderstaande video.
Ik vind hem een zeer inspirerende, wijze en liefdevolle man die zich inzet voor een betere wereld.
Onder de video staat de tekst uitgeschreven voor je.

Heleen: 

Coen, jij kent het succes van het leven, maar weet ook hoe het is als het tegenzitHoe was dat voor jou toen het ernstig tegenzat in jouw leven?
(ik refereer naar het artikel van de NRC 2013 waar hij in beschuldigd wordt)

Coen: Je definieert dat als het tegenzit, dat je geen succes hebt en dat vind ik niet.

De metafoor van een fietser komt bij mij op, je rijdt met de wind mee, 35 km/h per uur en dan denk je “wow wat ben ik een goede fietser”, vervolgens draai je om en je rijdt met windkracht 4 tegen de wind in, dan zie je dat tellertje en dan denk je “jeetje, ik rijd maar 22 km/h, nu ben ik geen goede wielrenner.
Dat is dus niet waar, want waarschijnlijk verbrand je veel meer energie en heb je veel meer energie nodig om in deze situatie te fietsen.
Alleen in onze maatschappij denkt men dat je met 35 km/h met succes en met 22 km/h zonder succes fietst en dat is onzin.

Heleen: Maar bij de Olympische Spelen, dan wil toch iedereen goud winnen, een gouden medaillewinnaar heeft succes en met brons toch een stuk minder.

Coen vervolgt: Dat is hoe wij er met zijn allen naar kijken, het is veel interessanter wat er in iemands vermogen ligt en wat hij ermee doet.
En natuurlijk op zo’n Olympisch podium lijkt het dat we meten met de allerbeste.
Nee, dan meten we niet wie de beste is, maar wie waarschijnlijk de beste motor had, wie de beste mogelijkheden heeft.
Zo werkt het in de maatschappij en zo heeft het ook voor mij gewerkt.
Mensen zagen het succes van Alpes d’HuZes, daar ben ik de oprichter van en in 2005 mee begonnen.
Alpes d’HuZes werd groter en groter, meer en meer geld werd er binnengehaald en dat is succes… en vervolgens word ik in 2013 neergesabeld vanwege een rumoer, een gerucht wat door het NRC verspreid was en in één keer was ik een paria, een graaier en dan word je bestempeld als outcast, als afgeschreven. (lees hier zijn verhaal http://inspire2live.org/wp-content/uploads/ARTIKEL-NHD-PETER-KAPITEIN.pdf )

 Of dan het één succes was en het ander geen succes?

Heleen: Zoals je het beschrijft, zo praat mister positivo ook 😉. Dan label je niet meer zoals de meeste mensen dingen beoordelen met goed en fout. Wat doe jij om met tegenslagen om te gaan?

Punt 1 is dat je een doel hebt wat ver in de toekomst ligt, als je altijd op zoek bent naar korte termijn succes, dan ga je heel snel meten in succes of falen.
Terwijl als je een doel hebt op de lange termijn, van daar wil ik echt naar toe.
Coen heeft een doel voor het leven, maar ook een doel van vijf jaar, tien jaar en zelfs een heel leven.
Het belangrijkste is, vervolgt hij, is dat je heel goed weet waar je mee bezig bent, wat uiteindelijk het succes van jouw leven definieert.
Als je dat weet, hoeft niet iedere dag een doorslaand succes te zijn.
Sterker nog, ik heb ook een boek geschreven de 6 principes van een succesvol leven, Grensverleggend leven -het geheim achter het succes van Alpe d’Huzes-  (meer weten?)

Een van de principes is dat afzien onderdeel is van een succesvol leven.
Dus als je van te voren al geen rekening houdt, voorbereid bent om af te zien, om door ellende heen te gaan, begin dan ook maar niet aan de weg, want je weet zeker dat het een keer tegen gaat zitten. Als je gaat fietsen, dan krijg je tegenwind. Als je dat vervelend vindt en je wilt alleen maar wind mee, tja…
Heleen: Stel je krijgt kanker, wat doe je dan? Ik zou dat kunnen benoemen als “hee dan zit het tegen”. Het is niet iets dat je zelf gewenst hebt, in eens zit het tegen. Hoe zie jij dat dan? Hoe ga je daar dan mee om?

Coen: je bepaalt niet wat er op je pad komt, je bepaalt wel hoe je ermee omgaat.

Dingen gebeuren en daar heb je niet om gevraagd, maar ik denk dat je wel rekening moet houden met het feit dat je niet altijd de wind in de zeilen hebt.
Uiteindelijk bepaalt het eindsucces hoe je met die tegenslagen omgaat.
Ben je bereid het te accepteren,er mee om te gaan en altijd te onderzoeken wat er nog wel mogelijk is.
Als je een been verliest kan je zeggen, ik kan niet meer hardlopen.
Tegenwoordig zijn er heel mooie protheses waarmee je toch nog heel mooi kunt lopen.
Er zijn absoluut dingen die je niet meer kunt, maar er zijn ook nog heel veel dingen die je nog wel kunt.
Een vriend van mij is vanaf zijn middel verlamd, maar hij kan nog heel veel, hij kan zelfs triatlons ‘lopen’. Ik ken mensen die kanker hebben en toch een heel ‘rijk’ leven hebben.
Deze mensen gaan vaak veel bewuster om met hun leven dan voordat ze kanker kregen.
Heleen: Wat voor tip zou je mensen kunnen geven als het tegen zit?

Coen:  Het is heel belangrijk dat je terug gaat naar “waar deed ik dit allemaal voor”, je gaf net aan dat één van mijn doelen is om kanker ‘onder controle te krijgen’, niet zozeer om het uit de wereld te krijgen, want ik denk dat het altijd blijft bestaan, maar dat we er niet meer dood aan hoeven te gaan.

Dat doel hebben we gesteld voor 2021, dus op het moment dat ik in de media werd afgeschilderd als een paria en graaier, dacht ik “waar deed ik dit voor”?
Deed ik dit om de populariteitsprijs te winnen? Deed ik dit om de held te zijn in de media?

Of deed ik dit omdat ik zielsgraag wil dat mensen die kanker krijgen hoop hebben op een leven met of zonder die ziekte? Die kanker niet meer hoeven te zien als een doodvonnis.

Toen ik me realiseerde dat ik het daarvoor deed, toen dacht ik: “dan moet ik niet zeuren, het zit nu even tegen en ik word nu even weggezet als een vreselijk mens”.
Maar ik deed het niet om de populariteitsprijs te winnen. Dus kan ik ermee leven dat heel veel mensen mij een ongelofelijke lul vinden? Daar kan ik prima mee leven, want ik doe het voor mensen die kanker hebben.

Ik doe het omdat ik die hoop wil geven.

Toen heb ik m’n schouders opgetrokken, mijn rug gerecht en ben ik weer doorgegaan. En dat is niet makkelijk, het hoeft niet altijd makkelijk te zijn.
Sterker nog, als je echt iets wil bereiken zal het bij tijd en wijlen erg lastig zijn.
Maar als je weet waarvoor je het doet, dan zal je ook bereid zijn om die zure appel te slikken.
Heleen: Als je een ongeluk hebt gehad of een ziekte, dat valt dus niet in je doelen, hoe kan je dan daar een draai aan geven?

Coen: Het lastige daarvan is: in mijn doel zit niet dat mijn armen of benen moeten blijven functioneren of dat ik een bepaald imago moet hebben in de wereld.
Mijn doel is om een ziekte onder controle te krijgen en alles uit de kast te trekken om dit te bewerkstelligen.
Het liefst gezond met twee benen en met een goed imago, maar desnoods zonder.
Als je weet waarvoor je leeft, dan weet je ook wat je bereid bent te doorstaan.
Hoe sterker de droom, des te meer je bereid bent te accepteren in het pad daar naartoe.
Heleen: denk je dat veel wensen te weinig dromen?

Coen: Ik denk absoluut dat wij teveel leven in de waan van de dag, de opgelegde realiteit. Ik hoor vaak van: “Coen wat jij toch allemaal wilt dat kan toch niet”, dat klopt, de realiteit is datgene wat wij weten. En wat niet kan, is datgene dat wij nog niet weten. Ik leef liever voor iets wat er nog niet is dan te blijven herhalen van alles wat we al weten.
Je hoeft een kind niet te leren dromen, ieder kind droomt ervan om piloot of astronaut te worden, draken te doden…. Je hoeft kinderen niet te leren om te dromen….dan doen zij gewoon.
Totdat ze naar school gaan, dan vertellen we ze steeds om binnen de lijntjes te blijven.

De realiteitszin: het is buiten koud en kinderen bewegen en lopen zonder jas naar buiten, ze hebben het niet koud.. maar wij hebben ze geleerd om een jas aan te doen, omdat het koud is.
En zo pompen we ze helemaal vol en tegen de tijd dat ze klaar zijn met hun opleiding dan kennen ze alle regeltjes en dan belanden ze in het bedrijfsleven waar ze een baan vinden waar ze vooral binnen de lijntjes blijven. Laatst hoorde ik een heel schrijnende quote van iemand:
De meeste mensen sterven op hun 25ste, maar worden pas na hun 75ste begraven.

Dat is wel een hele harde, wat doe je dan in die 50 jaar, fysiek, biologisch, waarin al je dromen en ambities zijn teruggebracht tot netjes gedragen en binnen de lijntjes blijven.

Heleen: Heb jij een ander soort jeugd gehad? Ik las dat je ouders een vrij onbekend geloof hebben gevolgd. Zou het misschien kunnen zijn dat jij hierdoor makkelijker aan je idealen of dromen hebt kunnen vasthouden?

Coen: Opvoeding heeft daar zeker mee te maken, mijn ouders hebben me heel veel ruimte gegeven, ook heel nieuwsgierig laten zijn, ik was ook heel nieuwsgierig. Ze hebben het ook erg gestimuleerd om vooral na te denken. We zijn volgelingen van het Bahai geloof. Kort gezegd: aan ieder mens de opdracht opzoek te gaan naar de waarheid.
Dus niet “dit is de waarheid en geloof dat maar”, nee ga zelf op zoek naar de waarheid.
Ik ben als kind wel altijd op zoek geweest, ik heb alles onderzocht.
Op een Antroposofische school gezeten, op een openbare school gezeten,op een Christelijke school gezeten, heel veel gezocht en ik vond het ook altijd heel leuk om te onderzoeken.
Als mensen zeggen het is zo, dan zeg ik waar staat dat? Wie zegt dat?

Is dat nou wel echt zo? Dat zit er bij mij wel in. Maar de verleiding is heel groot, ik ben ook aan het werk gegaan, heb carrière gemaakt een goed salaris gehad.
Dat doe je vooral om binnen het systeem te blijven, door binnen de regels te blijven kun je succesvol zijn in wat ze van je verwachten.
Ik heb een eigen bedrijf gestart, dan denk je dan heb je de vrijheid…. neeee dan krijg je heel veel geld van klanten als jij doet wat zij willen.
Dat ging goed totdat ik besefte,’ben ik nu succesvol in de ogen van de buitenwereld of wat mijn dromen mij vroeger al ingaven’?
Toen dacht ik met wat ik kan, kan ik toch wel meer dan alleen maar geld verdienen.

Heleen: wat droomde jij van als kind ?

Coen: Ik heb me altijd bijzonder aangetrokken gevoeld tot mensen als Gandhi en mensen uit de Griekse mythologie, Ajax, Zeus en boeken van Thea Beckman over de Franse revolutie, die vrijheidsstrijders. Dat waren voor mij wel helden uit mijn jeugd en toen Ghandi in de jaren ’80 in films naar voren kwam, dacht ik wel wat dat kleine manneke voor elkaar krijgt, zo’n heel land bevrijden. Dus dat waren wel mijn jeugddromen, iets bijzonders neerzetten, waar anderen plezier van hebben, zich bevrijd in voelen.

Eigenlijk dus wat Ghandi zegt: ‘Be the change that you wish to see in the world’.
Doe nou wat jij vindt dat moet gebeuren.
Ik ben al heel lang geleden met kanker in aanraking gekomen, ik heb in de farmaceutische industrie gewerkt met medicijnen tegen kanker, het is dus toch wel een rode draad in mijn leven. Op een gegeven moment denk ik, is het nou niet mogelijk om die ziekte onder controle te krijgen?
Met alle kennis die we hebben, met alle informatie die er is en dan ga je met mensen praten en dan zeggen ze “tja het zou wel kunnen, maar dan moeten we op een heel andere manier gaan werken als dat we nu werken en dat doen we niet”.
En dan denk ik het is toch bizar, er is een ziekte die we onder controle zouden kunnen krijgen maar door alle systemen en door alle regels die er zijn, gebeurt het niet, nou dat vind ik verbijsterend.

 

Heleen: Je bent er al een paar jaar mee bezig, wat zijn de belangrijkste zaken die je in je zoektocht hebt ontdekt?

Coen: Als je verschillende vakgebieden en topwetenschappers bij elkaar zet, samen met artsen en patiënten, ook van verschillende universiteiten, dreamteams of discovery networks, zoals wij die noemen, dat er dan enorm veel snelheid gemaakt kan worden. Meneer A weet iets wat meneer B en C heel goed kunnen gebruiken, maar meneer A houdt dat steeds een beetje voor zich, maar als meneer A alles wat hij weet doorgeeft aan meneer B, C en D dan kunnen die ook weer verder.

En iedereen houdt informatie voor zich, omdat informatie kennis is en kennis macht is. We hebben een paar voorbeelden hiervan, zodat de info wordt gedeeld en nu proberen we daar een soort ‘turbo’ op te zetten zodat de info veel sneller beschikbaar komt. Uiteindelijk zullen patiënten het recht moeten kunnen opeisen voor een goede behandeling en niet klakkeloos alleen maar doen wat de dokter zegt. Zelf nadenken, zelf kijken “wat is er te koop”.

Heleen: er is dus eigenlijk nog heel veel hoop voor de komende jaren?

Coen: Absoluut het moet eigenlijk vanaf onderaf komen.
De patiënt
moet niet klakkeloos aannemen en opvolgen wat de arts zegt, de patiënt zou veel kritischer moeten zijn, maar goed langzaamaan zie je toch wel meer rumoer ontstaan.
Het grappige is dat in de aidsbeweging in de jaren 80-90 je het wel zag, omdat de emancipatie van de homogemeenschap eigenlijk samenviel met het ontstaan van aids, dus de homoseksuele gemeenschap die vocht als een tijger voor de net verworven rechten die ze hadden, alleen ze stierven allemaal.
Ze eisten medicijnen die eigenlijk nog niet beschikbaar waren, maar die ze wel kregen. En als zware activisten hadden ze ingezet en binnen een enkele jaren was de oplossing gevonden. Dat zou in de kankerbeweging ook moeten gaan.
Dus wij werken heel nauw samen met de activisten van het eerste uur uit de aidsbeweging om te leren van hoe hebben jullie dat toen gedaan om nu ook dat positieve activisme te krijgen.
Er moet veel meer en er kan veel meer tempo gemaakt worden.

 

Heleen: wat zouden mensen zelf kunnen doen, los van wat de arts voor ze kan doen?

Coen:Ik denk dat mensen zelf goed moeten gaan onderzoeken wat er allemaal is, zowel in regulier als in alternatief.
Zelf onderzoek doen, dus zelf zoeken, “wat klinkt mij goed in de oren?”
Als een arts tegen mij zou zeggen, “sorry meneer van Veenendaal u heeft uitgezaaide kanker en dat kunnen we niet meer genezen”.
Dan zou ik denken: Jij kunt het misschien niet genezen, de wetenschap is hier nog niet toe in staat en je kan mij niet de garantie geven dat het genezen gaat worden, maar wie zegt me dat er niet ergens ter wereld iemand is die het wel kan genezen!!

Ik zou dus niet accepteren u gaat dood, ik zou op zoek gaan naar de kennis die er is.
Er is zoveel kennis in Oost en West over allerlei behandelingen.
Het is alleen heel erg lastig om dat te zoeken er is dus niet een plek waar je naar toe kan gaan.

Heleen: dus wat je ook hebt, het maak niet uit, maar ga op onderzoek uit, wordt zelf actief daarin.
Coen: Bijvoorbeeld de Wim Hof Methode, ik weet niet wat dat kan doen om het immuunsysteem te boosten bij iemand die kanker heeft.
Maar ik denk dat het altijd goed is om het immuunsysteem sterker te maken. Ik zal niet zeggen, dat is dé methode om kanker op te lossen.
Ik denk dat de uiteindelijke oplossing voor de bestrijding van kanker zal bestaan uit een heleboel dingen: een gezonde levensstijl, een gezond dieet, bepaalde behandelingen chemo’s.

Heleen: ik wil het even met je hebben over discipline, want om beter te worden heb je ook discipline nodig. Ik weet van mezelf dat discipline me heel veel heeft opgeleverd, maar ik vond het wel een heel gedoe en een strijd en dat vind ik nog wel heel regelmatig. Dus om discipline ten gunste van mezelf op te brengen, dat vind ik wel een dingetje. Nou ben jij een enorme sportman, daar heb je ook discipline voor nodig. Om de Alpes d’Huez 6 keer op te gaan, wat een droom, een ideaal was, dan heb je een enorme discipline nodig om te trainen.

Vraag: Wat is de gouden regel hoe je makkelijk die discipline onder de knie krijgt.

Coen: je vraagstelling is al heel mooi: hoe kan je makkelijk gezond worden, hoe kan je makkelijk een topprestatie neerzetten.
Het antwoord is ‘niet’.

Er is geen gemakkelijke weg naar succes.En hoe je succes ook definieert, dan komen we weer terug bij het begin, als je niet bereid bent af te zien, dan krijg je ook geen succes.
We zijn allemaal een zoogdier, neem nou bijvoorbeeld een leeuw, een roofdier, een zoogdier. Als je die ziet, als je die bestudeert, die ligt in de schaduw onder een boom, lekker een beetje te suffen net zo lang tot hij een beetje honger begint te krijgen, zijn ultieme droom zou zijn dat er een hertje voorbij rent en tegen een boom aan klettert en als hapje voor de leeuw neervalt.
Over het algemeen gebeurt dat niet.

Hij zal waggelend op zoek gaan naar een kudde, de boel observeren, kijken welk gedeelte niet zo gezond is en dus met zo weinig mogelijk inspanning een zo groot mogelijk resultaat proberen te krijgen. Dat is onze biologische inborst. Een leeuw zal niet denken, laat ik eens even 10 km gaan hardlopen vandaag.

Zo zijn wij mensen ook.
Niets in ons systeem zal ons opdragen om gezond te leven, te bewegen.

Want als ik hier ’s avonds op de bank zit en het is buiten koud en nat dan denk ik niet van: “oh zal ik nu eens even lekker gaan sporten”.
Maar wij kunnen er wel over nadenken, wij kunnen ons een doel stellen.
Daar komt ie weer, ik wil 6 x de Alpes d’Huez op fietsen. Dat is 6500 meter hoogtemeters, een beetje fietser weet hoe het is om 1000 hoogtemeters te maken, dat is ongelofelijk zwaar, zeker voor ons laaglanders.
Dus 6500 hoogtemeters dat is zwaar en daar doe ik de hele dag over.
Dat is afzien, de hele dag tegen een steile berg op fietsen.
Daar moet ik wel voor trainen.

Dus als het doel is, ik wil 6 x in juni tegen die berg op fietsen, het doel is als ik klaar ben dat ik boven op die berg sta en me geweldig voel dan weet je ook wat je moet doen voor die tijd.
Als we twee maanden iets doen, bijvoorbeeld trainen dan wordt het een gewoonte, dus je moet bepaalde dingen waarvan je weet dat ze goed voor je zijn, die moet je inslijpen.

En dan gewoon doen, doen doen doen, totdat je weet nu is het bijna een gewoonte geworden.
Coen: Ik heb een cursus mediteren gevolgd.
En gezocht naar een bepaald moment van de dag, een vast moment.
Ik heb mijn wekker 20 minuten eerder gezet dan het moment wanneer ik normaal wakker wordt en ik ben gaan mediteren.
De eerste paar keer dacht ik: “jeetje kan ik niet gewoon blijven liggen”, maar ik heb het gewoon gedaan.
En nu merk ik dat wanneer ik wakker word ik denk: “oh heerlijk ik mag gaan mediteren”.
Ik ben nu twee maanden bezig en het voelt heerlijk.
En zo is het met alles, dat je jezelf even die periode geeft om het te doen, dat is die periode van doorzettingsvermogen en discipline tot het een gewoonte wordt.
Maar als je na 3 dagen denkt ‘het is nog geen gewoonte, nee dan is het nog geen gewoonte’.

Heleen: Voor iemand die veel te dik is en obesitas heeft, lijkt het op de een of andere manier onmogelijk.

Coen: Ik ben het daar niet mee eens, mensen die geleerd hebben om veel te eten, want dat hebben ze geleerd.

Ik moet er niet aan denken om zoveel te moeten eten als iemand die obees is.
Ik heb die gewoonte niet aangeleerd en wat de reden ook is van die gewoonte, emoties of stress, het kan van alles zijn, de een gaat eten en de ander gaat weer andere dingen doen. Maar in onze maatschappij zeggen we dan, je moet een dieet gaan volgen, niemand wil de rest van zijn leven diëten, alleen dat woord al is iets van jakkie.

Ik heb het jaren gedaan, in juni moest ik de Alpes d’Huez op fietsen en dan moest ik fit zijn, dan woog ik 73 kg en de rest van het jaar leefde ik gewoon zoals ik altijd leefde en dan ging ik naar 85/86 kg en in januari dacht ik dan wel  “owjee over 5 maanden moet ik weer” en dan ging ik als een idioot diëten en dan vlogen de kilo’s er weer af en dan had ik weer gefietst en dan liet ik het weer gaan die 5 maanden diëten vond ik vreselijk.

Toen heb ik een boek gekocht van Joel Fuhrman, ‘Eat to live’ (meer weten?).
Hij beschreef het heel mooi, diëten is onzin.
Als je gezond wilt zijn, moet je jezelf een gezond voedingspatroon aanleren.
Het mooiste wat hij zei in het begin van het boek:
Ik wil dat je je drie dingen van te voren voorneemt
.
Punt 1 tijdens het lezen van het boek wil ik dat je je gedrag niet verandert.
Punt 2 lees het boek helemaal uit.
Punt 3  en daarna drie maanden lang helemaal volgen wat dit boek je aanleert.
Dus leer je brein eerst goed hoe het zit met voeding, gezonde voeding en vervolgens drie maanden lang gezond eten, niet omdat drie maanden lang is, niet omdat dat na drie maanden helpt, maar na drie manden is dat een gewoonte geworden.

Coen: Ik heb het gedaan.
In  het begin moet je allemaal andere dingen gaan kopen en al die ingrediënten, ik weet niet precies wat ik er allemaal mee kan maken het moet lekker zijn.. maar langzamerhand krijg je wat recepten en hij heeft ook wat recepten en na drie maanden weet je niet beter en dan ben je dus gewend om op een andere manier te gaan eten.
Het grappige is dat mijn gewicht van 86 naar 75 ging en sinds die tijd is het 75 er komt geen kilo meer bij er gaat geen kilo meer af, ik hoef er geen moeite meer voor te doen, ik heb alleen een aantal dingen in mijn eetpatroon gewijzigd. Dus ik ben niet meer aan het diëten ik hoef ook niet meer te diëten, ik eet op een andere manier en dat is blijkbaar voor mijn lichaam gezond en 75 kg is blijkbaar mijn ideale gewicht.

Heleen: Dus het is eigenlijk dingen op een positieve manier benaderen.

Coen: We weten inmiddels natuurlijk best hoe we gedrag kunnen veranderen en diëten zijn natuurlijk populair, maar diëten helpen altijd tijdelijk. Als je gezond wilt zijn, als dat je doel is dan zul je een aantal dingen in je levensstijl moeten wijzigen en dan het gewoon gaan doen.

Heleen: dus wat je in het begin al zei, maak een doel en weet dat afzien daar gewoon bij hoort.

Coen: wat ben je bereid te doorstaan om je doel te bereiken?

Heleen: ik heb met de instructeursopleiding van Wim Hof een berg moeten beklimmen van 3200 meter.
Ik houd niet van afzien en als ik geweten had wat ik had moeten doen was ik ook niet meegegaan.
Dat is het voordeel van onwetendheid.
Het laatste stuk moest ik doen,omdat ik daar ook niet meer kon stoppen.
Hoe moest ik hier mee omgaan? En toen zeiden anderen, denk er maar aan dat je op de top staat, maar ik weet dat mij dat helemaal niet interesseerde, als men had gezegd we gaan nu naar beneden, dan had ik gezegd: “top idee”. Ik denk dat het daarom voor mij nog moeilijker was om het te halen.
Ik had het doel helemaal niet, ik had het doel hoe overleef ik dit. Ik had dus geen doel, ik had er meer oké mee moeten zijn dat ik dat doel had en dan is het afzien makkelijker.

Coen: inderdaad dan is het onderdeel van het proces.

Het helpt mij in ieder geval om te accepteren dat er tegenslag is, jij zegt “ik ben niet iemand die graag afziet”, ik ook niet!

Heleen: we liepen daar en er waren er een aantal die zeiden dat ze het wel lekker vonden om soms flink af te moeten zien.

Coen: het grappige is dat heb ik ook jaren gezegd, toen ik het boek schreef: het ultieme afzien is dat je tegen de berg op fietst en verzuurt en alles zit vast, je kunt niet meer, je moet dan een motivatie hebben om door te gaan anders kom je niet 6 keer boven.
Ik dacht altijd dat het fysieke afzien was en als sportman ben je wel gewend om fysiek af te zien. Je bent hard tegen jezelf, want ik ben een bikkel want ik kan afzien.
Toen ik in augustus 2013 in één keer wereldnieuws was, toen ik afgemaakt werd en doodsbedreigingen kreeg etc. Toen realiseerde ik me pas wat afzien was.
Laat mij elke dag tegen de Alpes d’Huez op fietsen, dat fysieke kan ik handelen, maar dat je geloofwaardigheid, je integriteit, echt alles waar je voor staat kapot gemaakt wordt, niets meer zeker is. Toen realiseerde ik me pas wat echt afzien was. Misschien komt er een moment later in mijn leven dat ik denk, geef mij elke dag zo’n media-rel want dit is pas echt afzien en je weet het pas op het moment dat het er is en het maakt niet uit wat het is, maar het gaat erom ben je bereid om dat aan te gaan en te accepteren.

Een vriend van me zei als ik kanker krijg, dan weet ik al wat ik ga doen: “Dan  ga ik mij helemaal een slag in de rondte eten, zuipen en de tijd die ik dan nog heb ga ik feesten. Twee jaar geleden heeft hij te horen gekregen dat hij kanker heeft, uitgezaaid niet meer te genezen, 47 jaar en hij heeft exact het tegenovergestelde gedaan.

Hij is zich enorm gaan verdiepen in behandelmethodes, hij is gezond gaan eten, actief met de Wim Hof-methode aan de slag gegaan, alles grijpt hij aan om zich zelf gezond te krijgen om zijn eigen weerbaarheid te kunnen vergroten. Hij volgt ook allerlei therapieën in het ziekenhuis om zichzelf weerbaar te maken tegen die ziekte.
Precies het tegenovergestelde van wat hij eerst riep, dus je weet van te voren niet wat je doet als het gebeurt.
Alleen als je doel is van “ik wil dit bereiken”, dan ben je bereid om met de tegenslagen om te gaan.
En hoe de tegenslag zich aandient, tja dat weet je niet en dat is maar goed ook.

Want als ik alles had geweten, dan weet ik niet of ik het was gaan doen en de uitdaging of de tegenslag oppakken op het moment dat het zich voordoet.
Mensen zeggen wel tegen mij: nou als jij kanker krijgt dan weet ik wel wat je gaat doen. Ik zeg dan: ik weet het niet.
Als het zich echt aandient dan word je getest in je volhardendheid, in je drive, maar ook in de hardheid voor je doel.
Heel veel mensen zeiden in 2013, ik kan me wel voorstellen dat je nu evenje buik vol hebt van kanker en dat je denkt bekijk het allemaal maar, maar nee nee.

Heleen: Hoe belangrijk is het voor jou om iets te doen voor een ander?

Coen: dat is het allerbelangrijkste in mijn leven.
Ik heb gemerkt als ik heel goed voor mezelf zorg, dan kan ik heel veel geld verdienen, een heel groot huis en een dikke auto kopen dan kan ik mij materieel alles veroorloven. Maar ik heb gemerkt dat dat maar een heel beperkte voldoening geeft.
Sterker nog, de echte voldoening komt daar niet uit.
En ik kan het weten, want ik heb het meegemaakt.
Toen ik met Alpes D’HuZes begon heb ik gemerkt dat als je echt heel erg ver wilt gaan het het best lukt om jezelf weg te cijferen uit liefde voor een ander.
Als je die sleutel eenmaal hebt gevonden, dan weet je dat de grote voeldoening waar we allemaal naar op zoek zijn is:  wanneer je bereid bent af te zien uit liefde voor een ander. Dus niet voor jezelf, dus dat je het groter maakt.

Ik heb niet zoveel met kanker, tenminste niet dat ik het zelf heb of ook niet iemand in mijn naaste omgeving, maar ik zie wel heel veel leed.
Ik zie wel heel veel mensen die vechten, die hun kinderen verliezen of die hun partner verliezen.
Als ik nou een bijdrage kan leveren met mijn leven aan mensen, zodat die niet meer een partner hoeven te verliezen of afscheid van hun kinderen te hoeven nemen dan is dat toch fantastisch. Ik zeg altijd ik heb het mooiste werk van de wereld, want ieder morgen sta ik op en als ik mijn droom kan verwezenlijken dan heeft dat invloed op miljoenen andere mensen dat is gaaf, dat is heerlijk!

Heleen: Denk je dat veel mensen die moeilijk zitten daar meer gebruik van kunnen maken? Door iets te doen voor een ander?
Want veel mensen zeggen, “ik doe al zoveel voor een ander”, ik moet meer aan mezelf denken.

Coen: dat heb ik toevallig gisteren ook nog ergens gelezen. Ik denk dat het ermee te maken heeft dat het niet zozeer is wat je doet, maar waarom je het doet en wat je daarmee wil zeggen, dat als je iets voor een ander doet om waardering terug te krijgen, omdat ik een hele sterke behoefte nodig heb aan erkenning door bijvoorbeeld dat je het vroeger niet hebt gekregen. “Je bent niet goed genoeg”, je hebt nodig dat anderen dat tegen je zeggen. Dan ben je dus eigenlijk voor jezelf bezig en natuurlijk als je niet voldoende respect voor jezelf hebt, niet voldoende van jezelf houdt dan ben je ook niet in staat om goed voor een ander te zijn, dus je moet wel genoeg van jezelf houden.

Maar als je genoeg van jezelf houdt, dan heb je plenty over om aan anderen te geven.
Dus mensen die zichzelf wegcijferen, ook al is het onbewust dan doe je het toch om erkenning te krijgen.

Onbaatzuchtig is een van de andere principes die in mijn boek beschreven wordt. Misschien is dat wel de mooiste les van 2013 geweest, dat ik merkte dat ik in één week van held tot paria werd, dat me dat eigenlijk niet uit maakte.Dat ik het niet nodig had om gezien te worden als held.
Dat was heerlijk om te ervaren of mensen mij nou als held zagen of als een lul, het maakt mij niet uit.

Ik heb een droom en die droom is zo fantastisch zo heerlijk en wat anderen daar van vinden, ja..het zij dan zo en dat gaf mij een gevoel van onafhankelijkheid en dat ik dus ook niet hoef te werken aan het herstellen van mijn imago. Ik weet waar ik het voor doe en blijkbaar is het sterk genoeg om ook deze storm te doorstaan.

 

Hartelijk dank aan Coen van Veenendaal voor je openhartigheid en mooie, wijze woorden.

 

http://www.coenvanveenendaal.nl/

http://inspire2live.org/

 

 

Comment Section

2 reacties op “Coen van Veenendaal geïnterviewd door Heleen Oude Weernink


Door jan drent op 10 april 2015

Hallo Heleen

Een heel mooi intervieuw met Coen en die ik als mens heel hoog acht, maar hij had misschien niet in zee moeten gaan met het KWF, omdat ik (mijn mening) vind dat het KWF een criminele organisatie is gerund door de farmaceutische industrie, een industrie die heel veel geld verdiend met chemokuren, een industrie die nooit zal kiezen voor het genezen van patienten en ook nooit met alternatieven komt of ze moeten daar nog meer aan verdienen.
Samen met de voedsel industrie houden ze moedwillig de samenleving zwak, zodat de mens volledig afhankelijk word van de farmaceuten voor hun zogenaamde gezondheid en financieel volledig afhankelijk van de bank.
De mens is tot slaaf gemaakt.
Als een alternatief genezer was gekomen om mensen van kanker te genezen door hem vol te spuiten met zware carcinogene stoffen, dan zat deze persoon binnen een paar uur in de gevangenis, maar de reguliere geneeskunde (die niemand geneest) kan dat doen om het enorme geloof in artsen die zijn opgeleid door de farmaceutische industrie.
Een arts kan een diagnose stellen en daar staan dan pillen, spuit of operatie tegenover en de arts denkt ook dat hij er goed aan doet, niet wetend dat het de farmaceutisch industrie alleen om geld en macht te doen is, deze mensen willen geen gezonde mensen, net als banken, die willen geen mensen met genoeg geld, die zijn te onafhankelijk.
Mijn zuster en vader zijn overleden aan kanker en zijn zeer slecht behandeld door de reguliere zorg, symptomen onderdrukken kan heel lekker zijn, maar het is niet genezen.


Door Heleen op 13 april 2015

Dank je wel Jan voor je verhaal.
Ik ben het met je eens, en ik geloof dat de bewustwording steeds maar door gaat en dat gaat doorwerken.
Kost tijd, maar de verandering gaat door.
hartelijke groet, Heleen

Plaats een reactie


*